Tips bij het gebruik van de motor

Voorbereidingen bij het stockeren

  • Als de motor gedraaid heeft, laat die dan ten minste een half uur afkoelen vooraleer u hem reinigt. Reinig alle oppervlakken aan de buitenkant, herstel beschadigde verf en bedek andere, voor roest vatbare delen met een lichte film of olie.
  • Benzine oxideert en degenereert bij opslag. Oude benzine zorgt ervoor dat de motor moeilijker start en veroorzaakt gomafzettingen die het brandstofsysteem wel eens kunnen verstoppen.
    Vermijd problemen door het degenereren van benzine en maak de benzinetank en de carburator leeg.
  • Kies een goedgeventileerde opslagplaats weg van apparaten die werken met een vlam, zoals een oven, waterkoker en droogkast.
  • Vermijd ook ruimtes met een elektrische motor die vonken teweegbrengt of waar met gereedschapswerktuigen wordt gewerkt. Vermijd, indien mogelijk, ruimtes met een hoge vochtigheidsgraad, want dat bevordert roest en corrosie.
  • Zorg ervoor dat de motor horizontaal ligt. Als hij schuin ligt, kan er brandstof of olie lekken.
  • Als de motor voorzien is van een batterij, verwijder de batterij en bewaar die op een koele en droge plaats. Herlaad de batterij één keer per maand als de motor opgeborgen is. Op die manier zal de levensduur van de batterij stijgen.

De brandstoftank en carburator laten leeglopen

  • Sluit de brandstofleiding naar de motor af en laat de brandstoftank leeglopen in een goedgekeurde benzinecontainer. Als de brandstoftank voorzien is van een klep, draait u de brandstofklep in de positie OPEN of AAN om het leeglopen mogelijk te maken.
    Nadat de tank volledig is leeggelopen, sluit u de brandstofleiding opnieuw aan en draait u de brandstofklep in de positie UIT.
  • Maak de aftapschroef van de carburator los en laat de carburator leeglopen in een goedgekeurde benzinecontainer. Nadat de carburator volledig is leeggelopen, maakt u de aftapschroef van de carburator opnieuw vast.

Transport

  • Als de motor gedraaid heeft, laat u die best 15 minuten afkoelen vooraleer u het motoraangedreven  materiaal laadt op het transportvoertuig. Een hete motor en uitlaatsysteem kunnen brandwonden veroorzaken en sommige stoffen ontsteken.
  • Houd de motor horizontaal tijdens het transport om zo de kans op brandstoflekken te beperken. Als de brandstoftank voorzien is van een brandstofklep, zet u de hefboom van de brandstofklep op UIT.

Regels bij het onderhoud

  • Gebruik authentieke Honda-onderdelen en –smeermiddelen, of die door Honda aanbevolen zijn, of hun equivalenten. Onderdelen die niet voldoen aan Honda's designspecificaties kunnen de motor beschadigen.
  • Gebruik speciaal voor de motor ontworpen werktuigen.
  • Installeer nieuwe dichtingen, O-ringen, enz. bij het opnieuw monteren.
  • Bij het aanspannen van bouten of moeren begint u met die met de grootste diameter of die aan de binnenkant en spant u diagonaal aan tot de gewenste spankracht is bereikt, tenzij er een bijzondere sequentie is aangegeven.
  • Reinig onderdelen in ontvettingsmiddelen bij het demonteren. Smeer glijvlakken in vóór de herinstallatie.
  • Na de herinstallatie controleert u alle onderdelen op hun goede installatie en werking.
  • Veel schroeven die gebruikt worden bij deze machine zijn zelftappend. Let erop dat wanneer de schroefdraden elkaar kruisen of wanneer u de schroeven overdreven aanspant de schroefdraden en het gat zullen beschadigd worden.
  • Gebruik enkel metrische werktuigen tijdens het onderhoud van deze motor. Metrische bouten, moeren en schroeven kunnen niet vervangen worden door niet metrische bevestigingsmiddelen. Het gebruik van verkeerde werktuigen en bevestigingsmiddelen zal de motor beschadigen.

Waarschuwing

Een Honda-motor is ontworpen met het oog op een veilig en betrouwbaar onderhoud indien hij bediend wordt volgens de instructies. Lees en verwerf inzicht in de gebruikshandleiding vooraleer u de motor in gebruik neemt. Zoniet kan dit leiden tot ernstige verwondingen of schade aan het materiaal.